maandag 18 juli 2011

Home Sweet Home 1

Ons huis staat nu al een tijdje te koop. We hebben wat kijkers gehad, we hebben meegedaan aan de OpenHuizenRoute, we krijgen maandelijks een update van de makelaar. Er kijken genoeg mensen op internet naar ons huis, maar voorlopig heeft De Koper zich nog niet gemeld.
Af en toe worden we er een beetje moedeloos van, terwijl we hier toch echt niet verkeerd zitten. We zijn tenslotte gevallen op het huis! Dat de locatie nou zo tegenviel, dat is onze (lees: mijn) eigen schuld.

Hoe dan ook, zo lang we hier nog zitten, genieten we wel degelijk van het huis. Het voldoet aan al onze wensen. Ik zag bij Barbaramama een leuk idee: Home Sweet Home. Vanaf vandaag elke week een foto van een lekker plekje in huis. Want die zijn er genoeg.



Hier een stuk van de boekenkast. Ja, ik zet mijn boeken op kleur. J. vindt het volkomen idioot, maar ik vind het wel rustgevend. Het is alleen soms lastig zoeken. Ik word blij van mijn boeken, heb niet één favoriet genre. Wel meer vrouwelijke auteurs dan mannelijke. En kinderboeken, die staan boven. En kookboeken, maar die staan weer ergens anders.

Dit zijn nog lang niet alle boeken, in ons nieuwe huis willen we er nog wel zo'n kast bij.
Vanwege de spit (au) een beetje een lastige foto, ik kon niet door mijn knieën zakken en ook niet lang staan, ik hing zo'n beetje op een stoel tijdens het klikken. Nou ja, hopelijk worden mettertijd de foto's mooier.


vrijdag 15 juli 2011

spit



nou zeg. Nou zeg! Hadden we vandaag best een prettige dag in het vooruitzicht (denk: zonnetje, J. zo maar thuis, ik ook vrij), heb ik ineens spit. Spit! Het woord doet me denken aan spitten in de tuin, en eigenlijk voelt het ook wel zo: alsof iemand een spa in mijn rug heeft gezet.

De huisarts adviseert rust, afgewisseld met heel matige beweging. Niet stil gaan liggen, maar eigenlijk ook niks doen. Dat gáát ook niet, want ik kan niet rechtop staan. In een hoek van 90 graden voorovergebogen beweeg ik me voort. J. moet op zijn tong bijten om niet te lachen als ik voorbij kom. Eigenlijk vind ik het zelf ook wel geestig, maar het doet verrotte zeer en ik moest eigenlijk werken dit weekeinde. De dikke spuit diclofenac in mijn bovenbeen heeft nog niet erg geholpen geloof ik, het been is nogal stijf en pijnlijk.
We zijn toch even naar het ziekenhuis geweest vanmiddag, N. in de kinderwagen, ik erachter in een rolstoel en J. die het hele gevaarte duwde. Mijn moeder was erg blij ons te zien. Morgen mag ze misschien naar huis.

Dus morgen een nieuwe poging: ik hoop dat de zon schijnt! Ga ik fijn met mijn spit in de tuin zitten. Met een warm kompres. En pijnstillers. En mijn man en mijn kind en misschien zelfs mijn ouders. Lekker.

woensdag 13 juli 2011

mijn moeder is ziek

Mijn moeder ligt weer in het ziekenhuis. Al sinds maandag, en het is al weer normaal om 's middags of 's avonds even langs te gaan tijdens het bezoekuur. Gek eigenlijk, hoe snel zoiets went. Inmiddels heeft ze al weer vijf verschillende kamergenoten gehad, die ze ook allemaal kende binnen een half uur. Vandaag zou ze een echo krijgen, en die heeft ze ook gehad. De uitslag wordt tot morgen bewaard, zo hebben we elke dag iets om naar uit te kijken.
De sfeer is goed. Ze ziet er ook goed uit. Ze heeft geen koorts meer, en antibiotica en vocht werken op haar lijf als Pokon op een verlept plantje.
Vanmiddag heeft ze aan mijn vader gevraagd of hij niet eens een dichtbundeltje mee wil nemen. En misschien een Bijbel. En het adressenboekje.

Mijn vader en ik hebben afgesproken dat het goed is als dingen besproken zijn, dan kan ze daarna nog een paar jaar door met de wetenschap dat haar begrafenis in elk geval goed geregeld is. Ik hoop maar dat dat kan. En zo niet, nou ja. Ze is zelf rustig, en bijna vrolijk te noemen. Dat moeten wij dan ook maar proberen. Zucht.

maandag 11 juli 2011

nurse Ratched had vast ook gevoel



Laat niemand ooit denken dat er ook maar íets romantisch, spannend of leuk is aan de psychiatrie. Films als One flew over the Cuckoo's Nest proberen de (Amerikaanse) realiteit in een inrichting weer te geven, maar de gevoelens die er bij horen, met name bij het personeel, die kán je nu eenmaal niet filmen.
Eergisteren begon mijn dienst met een bezoek van vijfeneenhalf uur aan een cliënte met wie het niet goed gaat. Na heel hard werken was ze er om half tien 's avonds aan toe om naar de crisisopvang te gaan. Samen in onze auto, door de snel donker wordende binnenstad.
Eenmaal daar bleek het anders dan we hadden gedacht. Door een incident met een andere bezoeker was er niemand die ons te woord kon staan. Even later begon de overdracht van de nachtdienst, dus moesten we daar ook nog op wachten. Ondertussen werd cliënte steeds meer in de war. Uiteindelijk heb ik na een kort overleg met het personeel daar, haar achtergelaten.
Met een steen in mijn maag reed ik in het donker nog verkeerd ook. Eenmaal terug op kantoor moest ik even wat tranen laten.

De volgende ochtend, héél vroeg werd ik opgebeld door het crisiscentrum. Mevrouw wilde weer naar huis, of ik haar niet op kon komen halen? Eigenlijk niet, ik wist niet wat te doen: wij zijn helemaal niet toegerust voor psychotische cliënten. Toch maar weer de auto in. Halverwege werd ik gebeld: ze hadden mevrouw maar buiten gezet. Ze had hard om hulp staan roepen vanuit het raam, en was een medewerker aangevlogen toen ze niet naar buiten mocht.
Ik vond haar midden op een kruispunt. Gelukkig was het zondagochtend, dan is het in de slechte buurten van de stad nog stil. Ik deed het portier open, riep haar. Toen ze me zag begon ze te rennen, sprong in de auto en begon met gierende uithalen te snikken. Met mijn hand op haar knie reed ik terug naar kantoor. Wat nu.
De volgende uren waren vreselijk: ze vertelde dat ze bedwelmd was, geïnjecteerd met gif, dat ze afgeluisterd werd. Dat haar medicijnen waren verwisseld, dat ze hadden gezegd dat ik een hoer was en waarom ik haar daar had achtergelaten. Ze gooide afwisselend met asbakken of zat lethargisch op de bank. Ik heb gezegd dat ik naar de wc moest en heb de acute dienst gebeld. En gezegd dat ze zo snel mogelijk moesten komen, dat mevrouw absoluut moest worden opgenomen.
Na anderhalf uur kwam de psychiater met een verpleegkundige. Mevrouw keek naar mij, ik voelde me een verrader. Uiteindelijk is ze opgenomen, met een IBS.

En nu ben ik moe, zó moe. Blij en dankbaar met mijn man, mijn kind, mijn fijne jeugd, mijn ouders die gewoon, normaal van mijn broer en mij hielden. Ik sliep slecht, vannacht. Vanmorgen belde ik naar het werk: was er nog nieuws? Op slaapmedicatie had mevrouw in elk geval een nacht geslapen. Ik hoop voor haar dat ze weer beter wordt. Maar ik denk eigenlijk van niet.

woensdag 6 juli 2011

wat zou jij doen?

Zit ik vandaag in de bus, met N. in de kinderwagen. Dus we zitten in het midden, ik op een van die twee klapstoeltjes die overdwars geplaatst zijn en N. achteruit rijdend. De bus stopt niet zoals gebruikelijk bij het busstation, maar steekt de weg over en parkeert op een grote parkeerplaats bij het industrieterrein. Verwarring alom: moeten we er nou uit of niet? Wij kunnen blijven zitten, maar een meisje besluit er toch uit te moeten. Ze is nog jong, ik denk een jaar of dertien. Zo'n meisje dat nog niet goed weet of ze het wel leuk vind om een meisje te zijn. Heel slank, met vrij brede schouders onder een jongensachtig t-shirt. Een kort geknipt koppie en rooie wangen. Ze loopt nogal stoer, onelegant. Als ze uit is gestapt zie ik achter haar aan iets naar de grond fladderen. Ik denk een papiertje, een lijstje van het één of ander. Ze heeft het niet in de gaten.

Even later besluit een andere passagier om ook maar uit te stappen. Een jongen, beetje type fervent voetbal-fan. Inclusief bomberjack en kaalgeschoren hoofd. Hij stapt uit, ziet het papiertje op de grond liggen en raapt het op. Hij en ik zien tegelijk dat het een briefje van twintig euro is. Hij zegt niks, steekt het in zijn zak. En ik wéét van wie het is. Alle mensen staan nog te wachten op de parkeerplaats, er is nog geen bus vertrokken. De jongen kijkt wat naar de lucht. Het meisje kijkt strak voor zich uit. Ze heeft het nog steeds niet in de gaten.

En ik doe dus niets. Het is maar twintig euro. Ik zit daar met een kind in de kinderwagen, in de bus. Die jongen leek me niet erg aardig. Dat meisje schaamt zich waarschijnlijk dood als ik haar aanwijs en zeg dat het haar geld is. En toch zit het me dwars. Blijkbaar laat ik me meer leiden door mijn eerste indruk dan ik eigenlijk zou willen. Wat zou jij doen?

dinsdag 5 juli 2011

Sorry de snorry

J. en ik wilden graag dat N. de eerste paar jaar niet naar een KDV zou hoeven. Voorlopig gaat dat nog prima, J. en ik werken om-en-om, dat kan omdat hij één dag per week ouderschapsverlof heeft, en ik door mijn onregelmatige werktijden vaak 's avonds, 's nachts en in het weekeinde werk.
Nu wil dat echter niet zeggen dat we N. de hele dag entertainen. Hij kan zichzelf prima vermaken, in de box of uit de box, met Duplo, zijn auto of een boekje. Krantjes vindt hij leuk en lekker, en heel hard kruipen is ook fijn. Soms is hij echter best moe, maar wil hij niet slapen. En voor die momenten is er Kindernet. Ik ben niet zo van kindertelevisie, tenminste niet van datgene wat weleens voorbij komt op Nickelodeon enzo. J. heeft een hardnekkige voorliefde voor series als Spongebob, Avatar en The Fairly Odd Parents (dat inderdaad wel behoorlijk briljant is). Ik vind N. daarvoor nog te klein, het gaat allemaal zo snel en de kleuren zijn zo fel, en het geluid is zo hard.
Nee, dan Kindernet! Daarop zenden ze sinds kort weer fijne series van vroeger uit, van die dingen als Nils Holgersson, Wickie de Viking en Heidi. Heidi spreekt tegenwoordig Vlaams, maar dat geeft niks. Maja de Bij mis ik steeds, dus dat heb ik nog niet gezien, maar daar verheug ik me nou al op. En zelfs David de Kabouter. Toen dat voor het eerst uitkwam in Nederland was ik al twaalf, dus daar keek ik niet zo naar. Nu wel.

Maar helaas! N. kijkt best geïnteresseerd mee hoor. Nils vindt hij best leuk geloof ik, maar tijdens Dommel gaat hij meestal iets anders doen. Wat hij het leukst vind, en dan echt open-mond-ik-staar-glazig-naar-de-tv-leuk , is Big en Betsy. Big en Betsy!!! Ik had er nog nooit van gehoord. Ik geloof dat het net zoiets is als Samson en Gert, al is Gert dan nu een meisje en Samson een big. Een bijzonder irritante big mag ik wel zeggen, die steeds stomme grappen maakt en dan zegt "Mopje Flauw Mopje!". Ook laat hij nogal wat windjes en zegt dan "Sorry de Snorry". Ik wil die big eigenlijk heel hard slaan. Maar goed.
Zodra ik zie dat het komt, gaat de televisie onherroepelijk uit. En moet N. maar weer gaan spelen met zijn verantwoorde knisperboekjes, of zijn Duplo. Snorry hoor.

Om het goed te maken, hier nog een favoriet: Vrouwtje Theelepel. Dat ik 35 heb moeten worden om de tekst van dat liedje eindelijk goed te verstaan...


Blijdorp

Afgelopen zaterdag togen we, min of meer ongepland, richting dierentuin. Of zoals dat hier in de buurt heet "De Diergaarde". Klinkt veel mooier, vind ik.
J. was er al vijftien jaar niet meer geweest, ik zo'n drie jaar niet. Vriendin K. heeft een abonnement, dus met twee kindjes, drie volwassenen en een fikse korting gingen we het Oceanium van dichtbij bekijken.
De foto's zijn niet allemaal even scherp, met name die binnen gemaakt zijn niet, maar hé, het is bedoeld als sfeerimpressie!


Net een knoop, die kwal



Zoek de eh...de eh... er zat hier heus iets


Van der Valk was er ook





Net niet echt



Ik vind het altijd bijzonder dat Blijdorp in de stad ligt. Waar je ook bent in de dierentuin, je kunt altijd de flatgebouwen, hoogspanningsmasten en treinsporen zien. Niet altijd even mooi, soms zelfs een beetje naar. Maar het was toch fijn. We gaan gauw weer!